by Irma Cleven

Op woensdag 26 mei vond de eerste zittingsdag plaats van het hoger beroep in de zaak over de in 2018 doodgeschoten Hümeyra.[1] Zij werd op 16-jarige leeftijd op klaarlichte dag voor haar school neergeschoten door haar ex-partner. Maanden van stalking gingen hieraan vooraf, waarvan Hümeyra herhaaldelijk meldingen heeft gemaakt en aangifte heeft gedaan bij de politie. Eén van de maatregelen die waren getroffen om haar in die periode te beschermen was een strafrechtelijk contactverbod. Strafrechtelijke contact-, locatie- of gebiedsverboden kunnen vanaf het moment na aangifte worden opgelegd door de officier van justitie of de rechter. Middels de verboden wordt de verdachte of dader verboden om contact op te nemen met het slachtoffer of een bepaald gebied te betreden. Dit gebied is bijvoorbeeld de straat of wijk waar het slachtoffer woont.[2] Deze verboden worden vaak opgelegd in geval van (ex-)partnergeweld.

Politie, justitie en de ketenpartners zijn er niet in geslaagd Hümeyra de bescherming te bieden die zij nodig had én waar zij recht op had. In de Europese Unie is bescherming van slachtoffers van strafbare feiten namelijk vastgelegd als een formeel slachtofferrecht.[3] Onderzoek naar de mate waarin verboden daadwerkelijk bijdragen aan bescherming richt zich met name op schendingen van verboden en de frequentie waarmee nieuwe incidenten van lichamelijk of psychisch geweld plaatsvinden. Zo laat een recente Amerikaanse meta-analyse naar de ‘effectiviteit’ van verboden wisselende resultaten zien. Verboden worden regelmatig geschonden, hoewel de frequentie hiervan varieert per onderzoek. De onderzoekers concluderen dat verboden onder bepaalde omstandigheden kunnen bijdragen aan een vermindering in geweld.[4] Op basis van mijn literatuurstudie, waar dit onderzoek deel van uitmaakte, trok ik twee conclusies: enerzijds dat er onderzoek nodig is om de betekenis van ‘effectiviteit’ van verboden te onderzoeken vanuit slachtofferperspectief. En anderzijds dat de focus dient te liggen op het proces in plaats van impact, dat wil zeggen, op het proces van oplegging en handhaving en hoe slachtoffers dit ervaren. Zo kan worden onderzocht welke vormen van steun slachtoffers op welk moment nodig hebben om zich veiliger te voelen. En ook eventuele verschillen in behoeften.

Met betrekking tot de betekenis van ‘effectiviteit’ gaat het overgrote deel van de studies naar verboden over impact, waarin ‘effectiviteit’ is gemeten als de frequentie waarmee verboden worden geschonden. Hierbij wordt soms ook onderscheid gemaakt in de verschillende vormen van ongewenst contact, zoals ongewenste app’jes of lichamelijk geweld. In veel onderzoek worden veiligheidsgevoelens van beschermde personen ofwel niet gemeten of slechts met één stelling, in de vorm van ‘in hoeverre voel je je veiliger’ en een 5-puntsantwoordschaal. Maar wat betekent je ‘veilig’ voelen en hoe verhoudt dit zich tot de ervaring van ‘huiselijk geweld’? De definitie van huiselijk geweld is ‘een aanval op de persoonlijke integriteit die kan worden onderverdeeld in psychologisch en lichamelijk geweld, waaronder seksueel geweld’.[5] We denken bij een ‘aanval op de persoonlijke integriteit’ al snel dat de ander ons daadwerkelijk iets aandoet (bedreigt, slaat). Maar uit mijn interviews met slachtoffers van stalking blijkt dat elke dag leven in angst, denken aan en rekening houden met de kans op contact met de ex-partner (door vermijden van plekken en andere preventieve maatregelen) een enorme impact heeft op hun dagelijkse leven en welzijn. Niet alleen in termen van gebrek aan autonomie en bewegingsvrijheid, maar bijvoorbeeld ook gebrek aan zich verbonden voelen met anderen om zich heen en op hun gevoel van identiteit (altijd ‘bang haasje’ zijn). Met andere woorden, mijn voorlopige bevindingen laten zien dat elke dag leven in angst ook onder wordt ervaren als ‘een aanval op de persoonlijke integriteit’, ook zonder dat ongewenst contact zich daadwerkelijk voordoet. Vandaar dat een slachtoffer van langdurig huiselijk geweld die na het verbreken van de relatie werd gestalkt door haar ex-partner in een interview zei: ‘Hij bepaalt nog steeds hoe ik moet leven. Met angst’.

Dit leven in angst, denken aan en rekening houden met de kans op contact wordt in kwantitatief onderzoek gereduceerd tot een enkele stelling zonder ruimte voor context waarin ervaringen betekenis krijgen. Hierdoor ontbreekt de nuance in wat huiselijk geweld is, wat (on)veiligheidsgevoelens zijn en hoe deze ontstaan. Een tweede gevolg van de beperkte focus op ‘effectiviteit’ is dat het hierdoor onduidelijk is hoe verboden bijdragen aan het verbeteren van veiligheidsgevoelens. Zo blijkt uit mijn literatuurstudie en mijn interviews dat niet alleen de risicoperceptie van de kans op ongewenst contact hierbij van belang is. Ook gevoelens van controle over hoe te handelen in geval van ongewenst contact en verwachte steun van en vertrouwen in de politie zijn hiervoor van belang. Om deze reden vind ik het belangrijk om slachtoffers middels mijn onderzoek zelf aan het woord te laten over hun ervaringen met het proces van oplegging en handhaving.

Om voorgaande redenen onderzoek ik in mijn promotieonderzoek de volgende twee thema’s: enerzijds hoe slachtoffers veiligheid beleven en de impact ervan op hun dagelijks functioneren en anderzijds hoe zij het proces van oplegging en handhaving ervaren en wanneer en hoe verboden deze veiligheidsgevoelens herstellen. Met mijn resultaten hoop ik meer inzicht te bieden in wat slachtoffers verstaan onder ‘effectiviteit’ en hoe politie en justitie hen het beste kunnen ondersteunen om zich veiliger te voelen. Hiervoor is het begrijpen van de context waarin geweld heeft plaatsgevonden van belang en de mate van vertrouwen en verwachte steun van de politie. Om voorgaande redenen gebruik ik dan ook een prospectieve kwalitatieve onderzoeksopzet. Op die manier hoop ik inzicht te krijgen in de (on)mogelijkheden van verboden, zodat slachtoffers in de toekomst beter kunnen worden ondersteund en beschermd.

Heb je vragen over dit onderzoek en/of wil je te zijner tijd graag de onderzoeksresultaten ontvangen? Stuur mij dan gerust een e-mail via cleven@law.eur.nl.


[1] https://nos.nl/video/2382412-zus-van-humeyra-spreekt-tijdens-hoger-beroep

[2] Voor meer informatie zie Fischer, T, Cleven, I.W.M. & Struijk, S. (2019). Handhaving en veiligheid bij strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden ter bescherming van slachtoffers. Erasmus Universiteit Rotterdam – Erasmus School of Law / WODC. Verkregen op 13 mei 2021, via https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/2275

[3] Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ

[4] Cordier, R., Chung, D., Wilkes-Gillan, S., & Speyer, R. (2019). The effectiveness of protection orders in reducing recidivism in domestic violence: a systematic review and meta-analysis. Trauma, Violence, & Abuse, 1524838019882361.

[5] Van der Veen, H. C. J., & Bogaerts, S. (2010). Huiselijk geweld in Nederland. Boom Juridische Uitgevers.

In deze blog wordt beschreven waarom kwalitatief onderzoek nodig is naar de ervaring van slachtoffers van ex-partnergeweld van leven met de continue dreiging van toekomstig contact met de ex-partner en hoe strafrechtelijke verboden kunnen bijdragen aan het verbeteren van veiligheidsgevoelens en kwaliteit van leven in bredere zin.
Kritische berichten over de coronamaatregelen in groepschats of via andere media zijn geen zeldenheid. Met het gevolg van polarisatie in onze samenleving. In deze bijdrage laat Fiore Geelhoed zien hoe er ondanks polarisatie tussen groepen ook interessante parallellen zichtbaar worden. Parallellen die de huidige discussie minder ‘uniek’ maken dan de betrokkenen lijken te geloven.
In deze derde studentenblog van Jip van Gurp in het kader van het vak ‘Stedelijkheid, cultuur en criminaliteit’ wordt een kritische blik geworpen op Rotterdam als gentrificerende stad en haar invloed op stedelijke transformatieprocessen in relatie tot ruimtelijke concentraties van armoede en uitsluiting en het verlies van identiteit van oorspronkelijke bewoners.