Iedere Who in ‘Who-ville’ houdt van kerst. Behalve de Grinch. De Grinch haat kerst. We kennen allemaal het verhaal van Theodore Seuss Geisel, beter bekend als Dr. Seuss, over het groene schepsel dat kerstmis stal in zijn boek ‘How the Grinch Stole Christmas’. In deze kerstblog probeer ik het gedrag van de Grinch te analyseren en probeer ik te kijken naar wat wij als criminologen kunnen leren van het originele boek en van de film (Grazer & Howard, 2000).

In het originele boek schrijft Dr. Seuss dat niemand precies weet waarom de Grinch kerst haat. Dr. Seuss (1957; p. 2) geeft wel een aantal positivistische verklaringen: “It could be his head wasn’t screwed on just right. It could be, perhaps, that his shoes were too tight. But I think that the most likely reason of all may have been that his heart was two sizes too small.” Dit blijft echter speculatie en het boek biedt te weinig context om de gevoelens en motieven van de Grinch écht te kunnen begrijpen. De film uit 2000 daarentegen biedt ons meer inzicht in wat er omgaat in het hoofd van de Grinch en de sociale context, waardoor we op een meer genuanceerde wijze naar het gedrag van de Grinch kunnen kijken.


Vernederd, verhard en vervreemd

Gedurende de film komt naar voren dat de Grinch al op jonge leeftijd niet helemaal past binnen het plaatje van wat volgens de inwoners van Who-ville, de Who’s, normaal is. De Who’s zien er elf-achtig uit, met wipneuzen en een hart zo zoet als suikerspin. De Grinch daarentegen is groen, geadopteerd en had al vanaf zijn achtste een baard. Hoewel zijn adoptieouders hem proberen op te voeden als ieder ander Who­-kind, voelt de Grinch zich anders. Wanneer hij zijn baard afscheert in een poging zich toch te conformeren aan de andere Who’s uit zijn klas en om indruk te maken op zijn klasgenote Martha, wordt hij klassikaal belachelijk gemaakt en uitgelachen. De Grinch wordt woest door deze vernedering. Eerder wezen Matza (1964) en Katz (1988) ons op de betekenis van emoties, zoals een gevoel van schaamte en teleurstelling, als verklaring voor gewelddadig gedrag. Scheff (1992) stelde later dat het gebruik van geweld een reactie kan zijn op een gevoel van teleurstelling van verwachtingen omtrent ‘het respect voor de identiteit van de persoon’. Wanneer iemand zich schaamt omdat diegene voor zijn gevoel belachelijk is gemaakt, zal die persoon geneigd zijn om met geweld te reageren op de vernedering. Ook bij de Grinch is sprake van een woede-uitbarsting, wat resulteert in explosief geweld. De Grinch gooit het cadeau (dat hij speciaal voor Martha heeft gemaakt) kapot en trekt een kerstboom uit de grond. Al dreigend met de kerstboom boven zijn hoofd schreeuwt de Grinch “I hate Christmas!” (zie afbeelding 1). Terwijl om hem heen totale chaos ontstaat, gooit hij de boom weg en vlucht hij naar een grot in een nabijgelegen berg, waar hij naakt en in sociaal isolement volwassen wordt. Hij wil zich niet meer conformeren aan de Who’s en over de jaren nemen zijn gevoelens van afschuw naar kerst en de Who’s toe. Zoals Katz (1988) zou beschrijven, de Grinch wordt hard en raakt vervreemd van Who-ville. Dit zijn de eerste stappen naar het worden van wat Katz (1988) een ‘badass’ noemt.

Afbeeldingsresultaat voor how the grinch stole christmas end
Afbeelding 1. Een woedende Grinch na de klassikale vernedering.

“You’re a mean one, Mr. Grinch.”

Jaren verstrijken en de Grinch blijft rond kerst het liefst in zijn grot, ver weg van al het kerstgedoe. Wanneer zijn eten rondom kerst echter bedorven blijkt te zijn, voelt de Grinch zich genoodzaakt om naar Who-ville te gaan. Onherkenbaar verlaat de Grinch zijn veilige grot, maar al snel loopt hij de jonge Cindy tegen het lijf. Cindy gelooft niet, als enige Who, dat de Grinch echt zo eng is als iedereen zegt en dus besluit ze de Grinch later in zijn grot op te zoeken. Hier haalt zij hem over om zich verkiesbaar te stellen als duizendste ‘Who-ville holiday cheer-meister’. Voor het eerst sinds jaren vertoont de Grinch zich weer in het openbaar. De verbitterde burgemeester, tevens oud klasgenoot van de Grinch, zit hier helemaal niet op te wachten. Hij gebruikt dit moment dan ook om de Grinch nog eens goed te vernederen, door hem een scheerapparaat cadeau te doen. Deze vernedering leidt opnieuw tot explosief geweld (zie afbeelding 2).

Afbeelding 2. Het explosieve geweld van de Grinch.

Na de zoveelste vernedering wil de Grinch zich niet langer laten beperken door de geaccepteerde normen van de Who’s. Hij komt in de laatste fase in de ontwikkeling naar een badass, hij wordt gemeen. Dit is ook wat hij letterlijk zingt terwijl hij vol genoegen naar zichzelf in de spiegel kijkt: “You’re a mean one, Mr. Grinch.” Volgens Katz (1988) is het aannemen van een identiteit als badass een poging tot het verkrijgen van controle, status en erkenning van diegenen die de persoon in kwestie marginaliseren en uitsluiten. De Grinch wil dit bereiken door het kerstfeest te stelen van de Who’s. Nadat hij met succes alle kerstcadeaus, versieringen en maaltijden steelt, neemt hij de spullen mee naar de top van de berg om deze de afgrond in te gooien (zie afbeelding 3). Voor de Grinch draait het niet om materialistische voordelen. Door met geweld het kerstfeest van de Who’s te stelen laat de Grinch zien dat hij het niet eens is met de machtsstructuren in het alledaagse leven van de Who’s. Daarnaast is deze gewelddadige plundering een manier om een succesvolle identiteit neer te zetten. Hij is niet langer die ongeschoren Grinch met een slecht humeur, hij is nu dé Grinch die kerst stal.

Afbeelding 3. De Grinch en zijn buit.

Moraal van het verhaal

In tegenstelling tot de positivistische verklaringen die Dr. Seuss (1957) geeft in zijn boek, zoals een te klein hart of krappe schoenen, concludeer ik met behulp van de context die de film biedt dat het gewelddadige gedrag van de Grinch beter begrepen kan worden vanuit de gedachte dat de sociale omgeving iemand tot criminaliteit brengt. De vernedering en sociale uitsluiting van de Grinch hebben keer op keer geleid tot explosief geweld. Pas wanneer de Grinch het gevoel heeft geaccepteerd te worden door de andere Who’s, komt hij tot inkeer en krijgt de kerstgedachte ook hem te pakken. Dit is een waardevol criminologisch inzicht: Marginalisering en uitsluiting verhogen (ook voor de maatschappij waarin wij leven!) het risico om slachtoffer te worden van extreem geweld, gepleegd door diegenen die wij zelf uitsluiten. Zoals Alexander Lacassagne schreef: “Iedere maatschappij krijgt de criminaliteit die zij verdient.” (Van Dijk, Huisman & Nieuwbeerta, 2016; p. 31).


Bronnen
Dijk, J. van, Huisman, W. & Nieuwbeerta, P. (2016). Actuele criminologie. Den Haag: Sdu.

Grazer, B. (Producent) & Howard, R. (Regisseur). (2000). How the Grinch Stole Christmas [Film]. New York: Universal Pictures.

Katz, J. (1988). Seductions of crime: Moral and sensual attractions in doing evil. New York: Basic Books.

Matza, D. (1964). Delinquency and drift. New York: John Wiley.

Scheff, T.J. (1992). Rationality and emotion. Homage to Norbert Elias. In J. Coleman & T. Fararo (Eds.), Rational choice theory: Advocacy and critique (pp. 101-117). Newbury Park: Sage.

Seuss, T. (1957). How the Grinch stole Christmas. New York: Random House.