DutchGeneralLanguageSocial mediaThemeYouthVan verkeerde vrienden tot foute vlogs: Jeugdcriminaliteit, leeftijdgenoten en groepsprocessen

Van verkeerde vrienden tot foute vlogs: Jeugdcriminaliteit, leeftijdgenoten en groepsprocessen

Robby Roks

Op vrijdag 3 november 2017 aanvaardde Frank Weerman de leeropdracht Jeugdcriminologie aan Erasmus School of Law met het uitspreken van de rede ‘Van verkeerde vrienden tot foute vlogs’. In lijn met de rode draad in zijn verhaal kon de oratie van Weerman zowel offline, in de Aula van de Erasmus Universiteit, als online via een livestream worden gevolgd.

 

De rol van leeftijdsgenoten bij delinquent gedrag had een centrale plek in het onderzoek dat Frank Weerman de afgelopen twee decennia heeft verricht. In 1998 promoveerde hij op een onderzoek naar het belang van bindingen voor het verklaren van delinquent gedrag. Als postdoc bij het Internationaal Politie Instituut Twente publiceerde hij in 2001 het boek ‘Samenplegen’ over criminele samenwerking en groepsvorming. Sinds 2000 is Weerman werkzaam bij het NSCR (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) en was hij betrokken bij een aantal grootschalige onderzoeksprojecten over de relatie tussen delinquent gedrag en vriendschapsnetwerken.

 

Jeugdcriminaliteit: een veelvormig, veelvoorkomend en veranderlijk groepsfenomeen

In een blog op CrimEUR eerder dit jaar wees Weerman op de recente daling van de geregistreerde jeugdcriminaliteit. Toch doet deze afname geen afbreuk aan de relevantie van zijn leerstoel, zo maakt hij duidelijk in zijn oratie. Jeugdcriminaliteit is een fenomeen dat er altijd is geweest en dat er waarschijnlijk, zij het wellicht in andere verschijningsvormen, ook altijd zal blijven. Weerman beschreef jeugdcriminaliteit als een veelvormig, veelvoorkomend en veranderlijk fenomeen.

 

Eveneens kenmerkend voor jeugdcriminaliteit is het groepskarakter. We kunnen daarbij denken aan problematische jeugdgroepen, het Nederlandse equivalent van ‘gangs’, maar ook aan kleinere, meer tijdelijke en vluchtigere samenwerkingsverbanden tussen jongeren. Weerman observeert dat het onderzoek naar leeftijdsgenoten, groepen en jeugdcriminaliteit de afgelopen jaren een explosieve toename heeft gekend. Hierdoor is er aanzienlijk meer kennis en inzicht gekomen over de processen die hierbij een rol spelen. Op basis van zijn eigen onderzoek bij het NSCR – onder andere het NSCR-Schoolproject en het SPAN-project (Study of Peers, Activities, and Neighborhoods) – maakt Weerman een onderscheid tussen drie soorten processen die een rol spelen in de relatie tussen leeftijdsgenoten en jeugdcriminaliteit: selectie, socialisatie en situationele processen. Deze longitudinale onderzoeken, waarbij schoolgaande jongeren onder andere werden gevraagd om vragenlijsten in te vullen, hebben veel inzicht opgeleverd in de werking van de bovengenoemde processen. Hiervan werd verslag gedaan in gezaghebbende internationale tijdschriften als Criminology, Crime and Delinquency, Journal of Research on Crime and Delinquency en European Journal of Criminology.

 

Van offline naar online?

Een ander gemis, en iets waar Weerman de komende jaren nadrukkelijk een bijdrage aan wil leveren, is dat er op dit moment nog relatief weinig zicht is op de manieren waarop online contacten met leeftijdsgenoten en groepen gerelateerd zijn aan jeugdcriminaliteit. In zijn oratie benoemde Weerman verschillende manieren waarop onderzoek naar de online leef- en belevingswereld van jongeren meer inzicht kan opleveren in de werking van de eerder genoemde processen.

 

Een ander gemis, en iets waar Weerman de komende jaren nadrukkelijk een bijdrage aan wil leveren, is dat er op dit moment nog relatief weinig zicht is op de manieren waarop online contacten met leeftijdsgenoten en groepen gerelateerd zijn aan jeugdcriminaliteit.

 

Weerman concludeerde dat het verband tussen jeugdcriminaliteit, leeftijdgenoten en groepsprocessen er niet eenduidiger en eenvoudiger op wordt wanneer de online wereld van jongeren wordt meegenomen. Het is aannemelijk dat selectie, socialisatie en situationele processen ook online, bijvoorbeeld op Instagram en Snapchat, plaatsvinden. Ten aanzien van de werking van selectieprocessen verwacht Weerman dat contacten met leeftijdsgenoten op social media deels overlappen met vrienden in de fysieke wereld, maar dat deze contacten ook verder reiken. Op social media hebben jongeren in veel gevallen namelijk meer vrienden en volgers dan in ‘real life’. Hierdoor is het mogelijk dat jongeren online eerder in aanraking komen met vormen van grensoverschrijdend en delinquent gedrag dan offline.

 

Bovendien verwacht Weerman dat er van de online contacten met leeftijdsgenoten een extra invloed uit kan gaan op sommige jongeren. Dit zou deels kunnen verlopen via online socialisatie waarbij jongeren in de vorm van likes of reacties op posts elkaar duidelijk maken welke vormen van gedrag als goed, ‘cool’ en gewenst worden gezien.

 

Ten aanzien van de situationele processen via internet is een wezenlijk verschil met de fysieke wereld dat jongeren niet bij elkaar op dezelfde plek zijn als ze online communiceren. Ook online rondhangen gebeurt doelloos en zonder toezicht, maar wat ontbreekt is de nabijheid van fysieke doelwitten. Weerman verwacht dat online rondhangen minder vaak zal leiden tot delinquent gedrag dan wanneer er veel tijd op straat wordt doorgebracht. Hierbij merkt Weerman echter dat deze verwachting vooral van toepassing is op traditionele offline delicten. Wellicht werkt dit voor online criminaliteit en cyberdelicten wel op een andere manier. Weerman merkte hierbij eveneens op dat het daarbij de moeite loont te bezien in hoeverre de strikte scheiding tussen online en offline gedrag, zoals dat in veel wetenschappelijk onderzoek wordt aangebracht, ook door de jongeren wordt beleefd.

 

Weerman stelt in zijn oratie dat hij als bijna vijftiger die voornamelijk mailt en appt misschien niet de meest voor de hand liggende persoon om dit onderzoek te verrichten. Hij sprak daarom de wens uit om in de nabije toekomst samen te werken met zogenaamde ‘digital natives’, jonge onderzoekers en studenten die vertrouwd zijn met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van internet en sociale media. Aan het eind van zijn rede beschreef Weerman daartoe een aantal mogelijkheden, zowel met online als offline onderzoeksmethoden.

 

Fotograaf: John Brussel @ Erasmus School of Law

Met Frank Weerman zijn Erasmus School of Law en de sectie Criminologie een bijzonder hoogleraar rijker die met het aanvaarden van zijn leeropdracht Jeugdcriminologie de komende jaren zal proberen om de bestaande theorieën en methoden op het terrein van jeugdcriminaliteit, leeftijdgenoten en groepsprocessen te vertalen naar de huidige leefwereld van jongeren om daarmee zoveel mogelijk recht te doen aan de invloed van ‘verkeerde vrienden’, zowel online als offline.

 

Met Frank Weerman zijn Erasmus School of Law en de sectie Criminologie een bijzonder hoogleraar rijker die met het aanvaarden van zijn leeropdracht Jeugdcriminologie de komende jaren zal proberen om de bestaande theorieën en methoden op het terrein van jeugdcriminaliteit, leeftijdgenoten en groepsprocessen te vertalen naar de huidige leefwereld van jongeren om daarmee zoveel mogelijk recht te doen aan de invloed van ‘verkeerde vrienden’, zowel online als offline.

 

About the author: Robby Roks

When I started studying criminology at the Erasmus University in 2002, I never envisioned myself extending my stay there beyond the course of the mandatory curriculum. However, I am proud to say that I am still at the EUR. After receiving a PhD in criminology at the Erasmus University in 2016, I joined the department of criminology as an assistant professor.

Related Post

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked ( * ).

Your comment*

Your name*

Your email*

All rights reserved © 2016 |Developed by Mike Pieters | Administrator login | Contact | Sitemap