DutchLanguageMigrationRadicalisationTerrorismThemeTaboes en dilemma’s van de terrorismebestrijding

Taboes en dilemma’s van de terrorismebestrijding

Jean-Marc Piret

Het door president Trump bij wijze van antiterrorisme maatregel uitgevaardigde (en inmiddels door rechters onwettig verklaarde) algemene inreisverbod voor burgers van zeven islamitische landen, heeft internationaal veel commotie veroorzaakt. Door de focus op (on)rechtmatigheid, heeft die golf van verontwaardiging de aandacht afgeleid van de effectiviteit en selectiviteit van het inreisverbod. Van een algehele muslimban kan geen sprake zijn, omdat de maatregel niet geldt voor moslimlanden als Jordanië, Egypte, Saoedi-Arabië, Quatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Pakistan etc.. Politieke bondgenoten en machtige handelspartners worden ongemoeid gelaten. Dat was des te opmerkelijker aangezien geen enkele terroristische actie op Amerikaanse bodem in deze eeuw rechtstreeks gelinkt kan worden aan terroristen afkomstig uit de geviseerde landen. De elephant in the room waar ook de zelfverklaarde anti-establishment held Donald Trump niet over praatte, is Saoedi-Arabië (S-A). Vijftien van de negentien terroristen die betrokken waren bij de aanslagen op de twin towers waren Saoedi’s.

Gezien de achterliggende ideologie van het soennitische jihadistische terrorisme het salafisme is, en dit in wezen niet verschilt van het wahabisme, de staatsgodsdienst van S-A, is ook niet verwonderlijk dat S-A (samen met buurland Quatar) financiële steun verleend heeft aan IS. De VS weet dat ook, zoals blijkt uit een uitgelekte mail van Hillary Clinton uit 2014. S-A associeerde zich slechts schoorvoetend in een militaire coalitie tegen IS, nadat de militaire successen van het “Kalifaat” stilaan ook ervaren werden als een potentiële bedreiging voor de Saoedische monarchie.

De rol die S-A speelt bij het wereldwijd propageren van een middeleeuwse soennitische islam, dateert van 1979, toen de troepen van de toenmalige koning Khalid een einde maakten aan de gijzeling van duizenden pelgrims op de heilige plaatsen in Mekka door salafisten. De toestemming voor de militaire bestorming kreeg de koning van de bevoegde islamgeleerden op voorwaarde dat de sluipende verwestersing van de Saoedische maatschappij een halt toegeroepen zou worden en dat de regering zich voortaan wereldwijd zou inzetten voor de verspreiding van het wahabisme. Sindsdien wedijvert de Saoedische regering in orthodoxie met haar rijke onderdanen, waarvan sommigen niet alleen de zuivere leer maar ook het terrorisme sponsoren, omdat zij vinden dat hun regering niet ver genoeg gaat in de wereldwijde export en propaganda van het wahabitische gedachtengoed. In april vorig jaar dreigde de Saoedische regering er nog mee om 750 miljard aan Amerikaanse tegoeden (waarvan het merendeel staatspapier) voortijdig op de markt te gooien als de VS een wet zouden uitvaardigen die het mogelijk maakte om de Saoedische staat financieel aansprakelijk te stellen voor de mogelijke rol die hij gespeeld heeft in de aanslagen van 9/11. Ook Europese regeringen blinken uit in dit soort hypocrisie. Nederland bakt al jaren zoete broodjes met S-A. België is niet alleen de grootste Europese munitieleverancier van S-A; het heeft ook het beheer en bestuur van de grote moskee van Brussel (een gebedshuis voor ca. 4000 gelovigen) in een erfpacht van 99 jaar overgedragen aan dat land. Het in de moskee gevestigde cultureel centrum heeft volgens de Belgische staatsveiligheid tussen 2012 en 2014 tenminste 1,2 miljoen uitgegeven voor de verspreiding van het wahabisme. De Belgische regering voert daarmee een naïef en gevaarlijk beleid waar islamkenners al langer tegen waarschuwen.

Europese regeringen blinken uit in dit soort hypocrisie

De tolerantie waarmee veel westerse democratieën salafistische predikers tegemoet getreden zijn, is enerzijds simpelweg te verklaren vanuit de grondrechten, maar anderzijds (op zijn minst na 9-11)  ook onbegrijpelijk als men beseft dat het salafisme nauwelijks verschilt van het jihadistische terrorisme, wat het aangehangen wereldbeeld betreft. Beide streven een islamitische samenleving na die in overeenstemming met de Sharia wordt geregeerd. Het verschil zit hem in de middelen die men toegestaan acht om die ideologie te doen zegevieren. In beide gevallen is het einddoel: de definitieve overwinning op de “kruisvaarders” en de islamisering van het Westen. De superioriteit van de islam, het misprijzen en de haat jegens de “kufar” (ongelovigen), het primaat van de sharia boven de seculiere wet, de gehoorzaamheidsplicht en seksuele dienstbaarheid van de vrouw aan haar man en het tuchtigingsrecht van de man, de middeleeuwse straffen bij overspel of diefstal (ook al kunnen die normen in het Westen vooralsnog niet worden uitgevoerd), het verwerpen van de westerse justitie en politie bij geschillen en het laten oplossen daarvan door de sharia–raad: dit en meer behoort tot de vanzelfsprekendheden van het salafistische wereldbeeld. Dat wordt uitgedragen tot in de achterkamers van veel Europese moskeeën, ook al lijken die in hun officiële contacten “gematigd”  en drukken die hun gesprekspartners op het hart dat er niets gebeurt wat niet in overeenstemming zou zijn met de wet, zoals onlangs uit de undercover reportage van twee Deense journalisten bleek.

Ondertussen heeft de gewapende tak van het salafisme onder druk van de contraterroristische maatregelen van de VS en Europa, de Jihadistische strategie bijgesteld overeenkomstig de richtlijnen van Abu Mussab Al Suri: de strijd wordt niet langer gevoerd door een hiërarchisch gestructureerde organisatie, maar door afzonderlijke cellen, fluïde netwerken en schijnbare lone wolves, die in West-Europese landen talloze terroristische prikacties doorvoeren, al dan niet met veel “succes” in termen van aantallen slachtoffers. De fanatieke uitvoerders, hoe geïsoleerd zij ook lijken, zijn daarbij de stakeholders in het overkoepelend project van een heilige oorlog, waarin het offer dat zij brengen (op voorwaarde dat ze er het loodje bij leggen) onmiddellijk beloond wordt met intrede in het paradijs. Overeenkomstig de oproep van Al Adnani, dienen daarbij alle denkbare en bruikbare middelen te worden ingezet, zoals messen, bijlen, auto’s, vrachtwagens, bommengordels en offensieve oorlogswapens. Ook het gebruik van massavernietigingswapens tegen het Westen wordt politiek-theologisch gelegitimeerd (onder meer door een fatwa van een Saoedische geestelijke) en staat op het Jihadistische programma.

De fanatieke uitvoerders zijn de stakeholders in het overkoepelend project van een heilige oorlog, waarin het offer dat zij brengen onmiddellijk beloond wordt met intrede in het paradijs

Uit twee Jihadistische ebooks die vrij op internet te vinden zijn, blijkt ook de strategie om de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en godsdienst op te zoeken om Europese regeringen in een catch 22 te dwingen: komt de overheid met verboden en criminalisering van bepaalde uitingen en gedragingen, dan wordt het slachtoffer discours en islamofobie verwijt boven gehaald. Laat de overheid betijen, dan wint de salafistische ideologie. Strategische allianties met ongelovigen en mensenrechtenactivisten zijn tijdelijk toegestaan. Het goed verbergen van de eigen extremistische opvattingen, is een plicht. Diefstal van eigendommen van ongelovigen, wapenhandel en drugs dealen zijn toegestaan, indien winsten geïnvesteerd worden in de jihad. In deze ebooks wordt ook een strategie van de burgeroorlog ontwikkeld die m.i. ondanks haar angstaanjagend karakter ook van een bijzonder cynische vorm van politieke luciditeit getuigt. De auteur voorspelt dat uiterst rechts en de bijhorende islamvijandigheid in Europa de komende jaren sterk zullen groeien en ziet de toenemende bereidheid tot geweld in uiterst rechtse kringen als een geschenk. Daardoor zullen veel moslims immers slachtoffer worden van arbitrair geweld, waardoor er steeds meer zullen radicaliseren. Het uiteindelijke doel bestaat erin een burgeroorlog te ontketenen. Een dergelijk horrorscenario dient voorkomen te worden, mijn inziens door een effectief gelijke kansenbeleid (ook op de arbeidsmarkt!) te combineren met een energieke strijd tegen het salafisme en daarbij alle moslims te betrekken die de democratische rechtsstaat niet alleen schoorvoetend accepteren, maar ook bereid zijn om er voor te vechten.

About the author: Jean Marc Piret

I am a legal philosopher. Besides courses about philosophical problems in criminology and law, I teach also a master course on “Security, terrorism and human rights” at the Erasmus University Rotterdam and at the Free University Brussels.

Related Post

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked ( * ).

Your comment*

Your name*

Your email*

All rights reserved © 2016 |Developed by Mike Pieters | Administrator login | Contact | Sitemap