DutchFramingRadicalisationDrieluik studentenblogs: Heeft de journalistieke fiets een frame?

Drieluik studentenblogs: Heeft de journalistieke fiets een frame?

Deze zomer presenteren drie studenten hun onderzoek middels een blog. Deze blog is een bewerking van de blog die zij hebben geschreven voor het blok Criminaliteit en Samenleving van de Bacheloropleiding Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit is het derde en laatste deel, geschreven door Romy Hendrix.

Romy Hendrix

Mede door recente terroristische aanslagen door Islamitische Staat is moslimradicalisering een onderwerp waar veel aandacht voor is in de media. De informatie die de samenleving over radicalisering ontvangt is dus vaak afkomstig van de media. De wijze waarop de media informatie presenteren, kan dan ook van grote invloed zijn op de reactie van de lezers hierop (Das et al., 2009; Scheufele & Tewksbury, 2007; Woods, 2011).

De media wordt steeds vaker verweten dat ze gebruik maken van negatieve mediaframes wanneer ze berichten over moslims (Powell, 2011; Shadid, 2009). Entman (1993, p. 52) over framing:

Framing essentially involves selection and salience. To frame is to select some aspects of a perceived reality and make them more salient in a communicating text, in such a way as to promote a particular problem definition, causal interpretation, moral evaluation, and/or treatment recommendation for the item described.

Zo zouden de media direct en indirect een bijdrage leveren aan negatieve beeldvorming over allochtonen en moslims (Shadid, 2005).

Hoewel er literatuur beschikbaar is over de manier waarop journalisten schrijven over moslimradicalisering, ontbreekt er literatuur die beschrijft welke overwegingen een journalist maakt bij het schrijven van een artikel over dit onderwerp. Als de gevolgen van bepaalde keuzes bij het schrijven over moslimradicalisering onderzocht worden, kan op deze manier de bewustwording onder journalisten vergroot worden en kunnen zij bewuster met hun verantwoordelijkheden omgaan. In deze blog wordt dus getracht deze overwegingen in beeld te brengen vanuit de visie van de journalist, door middel van de vraag: Welke overwegingen maakt een journalist van een provinciale krant bij het schrijven van een artikel over moslimradicalisering?

Welke overwegingen maakt een journalist van een provinciale krant bij het schrijven van een artikel over moslimradicalisering?

Om deze vraag te beantwoorden is een interview van circa 50 minuten afgenomen met een journalist van een provinciale krant. De respondent is een mannelijke journalist die circa 35 jaar het vak beoefent. Hij is als onderzoeksjournalist gespecialiseerd in moslimradicalisering. Zo heeft de respondent veel kennis opgebouwd over het onderwerp. Hierdoor kan hij essentiële informatie voor dit onderzoek aanleveren. Tijdens het interview zijn er onder andere vragen gesteld over definities van begrippen, veel/weinig voorkomende termen, visueel beeldmateriaal, reacties vanuit de lezers en framing. Het interview is face-to-face afgenomen, opgenomen en getranscribeerd, zonder zijn naam en die van collega’s en de krant in documenten op te nemen.

Er moet volgens de respondent aan twee voorwaarden voldaan zijn om van moslimradicalisering te kunnen spreken. Ten eerste moet de overtuiging bestaan dat de persoon een betere moslim is dan andere moslims, vanuit deze overtuiging kunnen anderen eventueel geëxcommuniceerd worden. Ten tweede moet de bereidheid bestaan om geweld te gebruiken om zijn/haar gelijk te halen. Daarmee wijkt de definitie van moslimradicalisering van de respondent week enigszins af van die van de AIVD (2004): “Het (actief) nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving, die een gevaar kunnen opleveren voor (het voortbestaan van) de democratische rechtsorde, eventueel met het hanteren van ondemocratische methodes, die afbreuk kunnen doen aan het functioneren van de democratische rechtsorde.” Zo komt de eerste genoemde voorwaarde van de respondent niet terug in deze definitie, de tweede voorwaarde wel.

Over het gebruik van bepaalde termen in zijn artikelen zei hij onder andere het volgende: ‘Nou, ik vind dat je een terreurverdachte ook alleen maar een terreurverdachte kunt noemen als die verdacht wordt van terreur. [….] En dan heb ik er ook geen enkel probleem mee om die term ook te gebruiken, maar ik ben wel voorzichtig bij het toekennen van eigenschappen aan een hele groep.’ Dit stemt niet overeen met de uitspraak van Shadid (2005), die stelde dat de media generaliserende uitspraken doen.

Framing houdt volgens de respondent in: ‘Dat je niet zoekt naar wat heb ik gemeenschappelijk met iemand, maar dat je zoekt naar waarin verschil ik van iemand? En daarop hameren, op die verschillen.’ Die definitie toont overeenkomsten met die van Entman (1993) aangezien beide om het benadrukken van bepaalde aspecten gaan. Zelf zegt de respondent een stigmatiserend beeld van de islam te bestrijden door te schrijven binnen een positief frame. Dit komt echter niet overeen met de literatuur die stelt dat de media binnen een negatief frame schrijven over moslims. Daarnaast kwam uit het interview naar voren dat de respondent bij alle artikelen hoor en wederhoor toepast. Ook dit ligt niet in lijn met de literatuur, aangezien Shadid (2009) stelt dat de noodzaak hiervan onderdrukt wordt door journalisten.

Zijn manier van schrijven kan volgens de respondent geen manipulerende invloed hebben op de objectieve mening van lezers  omdat: ‘Ik beschouw [onze manier van verslaggeven] als neutraal omdat die gebaseerd is op feiten, we leggen dingen uit zoals ze zijn.’ Zo geeft de respondent aan bij alle artikelen hoor en wederhoor toe te passen en beide kanten van de situatie weer te geven. Met zijn artikelen probeert hij mensen weg te halen bij aannames en te confronteren met feiten. Later zegt hij: ‘Feiten en meningen van elkaar scheiden, dat is ons heilige principe.’

Zijn manier van schrijven kan volgens de respondent geen manipulerende invloed hebben op de objectieve mening van lezers

Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat deze respondent aangeeft op basis van feiten te schrijven, behoedzaam om te gaan met stigmatisering en niet te streven naar beeldvorming maar informatievoorziening. Zo zou hij de mening van lezers niet manipuleren door zijn manier van schrijven. Dit is echter niet in overeenstemming met de besproken literatuur. De vraag is dan ook of hij ook een dergelijk effect bij de lezers bewerkstelligt.  Het zou daarom waardevol zijn om in verder onderzoek de ervaringen van zijn publiek te onderzoeken. Daarnaast zou het interviewen van meerdere journalisten van verschillende (typen) kranten interessante, en mogelijk variërende, resultaten kunnen opleveren.

De vraag is dan ook of hij ook een dergelijk effect bij de lezers bewerkstelligt.

Meer informatie over dit onderzoek is te verkrijgen bij de auteur. Omwille van de leesbaarheid zijn de citaten enigszins bewerkt, met behoud van de originele strekking.

About the author: Gabry Vanderveen

Assistant professor of Criminology at the Department of Criminology, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam

Related Post

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked ( * ).

Your comment*

Your name*

Your email*

All rights reserved © 2016 |Developed by Mike Pieters | Administrator login | Contact | Sitemap