DutchLanguageRadicalisationTerrorismThemeRonselen voor de gewelddadige jihad: het discours en denial in Dabiq

Ronselen voor de gewelddadige jihad: het discours en denial in Dabiq

Fiore Geelhoed

Voor mij zijn het ‘ronselweken’. Zo was ik op 1 februari als panellid aanwezig bij een vertoning van de documentaire Recruiting for jihad’. Het is een indringende documentaire die zicht biedt op hoe een Noorse ronselaar moslimjongeren aanspoort om deel te nemen aan de strijd van IS. Daarnaast dienen er in Nederland en België twee interessante zaken in het licht van het ronselen. Op 30 januari is in Amsterdam het hoger beroep van de Contextzaak van start gegaan. Daarin staat de Haagse groep rond Azzedine C. terecht die in eerste aanleg is veroordeeld voor het deelnemen aan een terroristische organisatie die moslims wierf voor de strijd in Syrië. Zij worden dus als ronselaars aangemerkt. In Brussel start vanaf komende week de zaak van Saleh Abdeslam, die onder meer verdacht wordt van betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs in 2015. Deze verdachte zou als geronselde gehoor hebben gegeven aan de oproep tot een gewelddadige jihad. Ronselweken dus.

Het fenomeen ronselen doet de vraag rijzen wat de oproep tot een gewelddadige jihad aantrekkelijk maakt. Het is die vraag die ik, Layla van Wieringen en een aantal andere studenten hebben beantwoord in een recent artikel in het Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit. Meer specifiek stellen wij ons daarin de vraag hoe IS in haar voormalige glossy Dabiq steun door westerse moslims bevordert door in te spelen op factoren die radicalisering in de hand werken en hoe IS het pad naar geweld effent. Die vraag hebben we beantwoord aan de hand van een kwalitatieve inhoudsanalyse van alle 15 nummers van Dabiq waarbij we zowel de teksten als de bijbehorende afbeeldingen hebben meegenomen.

 

Het fenomeen ronselen doet de vraag rijzen wat de oproep tot een gewelddadige jihad aantrekkelijk maakt.

 

De thema’s die bij de analyse centraal stonden, zijn thema’s die volgens de literatuur in verband staan met radicalisering en die in Dabiq een centrale plaats innemen. Deze thema’s zijn onrecht jegens moslims, vijandsbeelden en identiteit, zowel op individueel als op groepsniveau en het discours van geweld waarmee gewelddadige aanslagen in onder andere het Westen worden gelegitimeerd. In het vervolg van deze blog zal ik kort beschrijven hoe IS deze thema’s in Dabiq neerzet om westerse moslims tot de strijd te bewegen. Daarbij wordt duidelijk hoe in Dabiq enerzijds de identificatie met IS wordt gepromoot en anderzijds de vijandigheid jegens het Westen wordt vergroot. Daarbij vindt bovendien een legitimatie van geweld plaats, door de inzet van verschillende neutralisatietechnieken.

Het eerste thema dat IS in Dabiq inzet om de harten van westerse moslims te winnen is door in te spelen op onrecht dat moslims wereldwijd zou worden aangedaan. Als onrecht noemt het blad burgerslachtoffers die vallen door militaire activiteiten van westerse overheden in moslimlanden, zoals in Syrië en Irak, maar ook bijvoorbeeld onderdrukking en tweederangsburgerschap van moslims in westerse landen. Daarmee zet IS in Dabiq in op frustraties die er onder veel westerse moslims leven. Door bovendien persoonlijke narratives van strijders te delen die dit onrecht aan den lijve hebben ondervonden en zich onder IS bevrijd voelen, nodigt Dabiq westerse moslims uit om zich bij IS aan te sluiten. Via IS zouden zij het westerse juk van zich af kunnen werpen en een einde aan het onrecht kunnen maken.

In Dabiq vergroot IS bovendien de tegenstelling tussen de ware moslims en de ongelovigen, zoals westerse niet-moslims, door een proces van othering. IS presenteert in Dabiq een ultiem vijandsbeeld door in feite iedereen die tegen IS is als ongelovige te verklaren. Onder de ongelovigen vallen daarmee niet alleen westerse regeringsleiders, maar ook westerse burgers, inclusief moslims die ervoor kiezen om in het Westen te blijven wonen en moslims in moslimlanden die het geloof op andere wijze belijden dan IS propageert. Tegen deze enorme groep vijanden die als het ultieme kwaad worden gepresenteerd, moet de ware strijder zich verzetten. Dit scherpe vijandsbeeld kan aantrekkelijk zijn voor moslims die een gebrek aan acceptatie in het Westen ervaren.

Als andere kant van deze sterk dualistische medaille presenteert IS in Dabiq een beeld van heldhaftige strijders die samen een uitverkoren en hechte gemeenschap van ware moslims vormen. Als individu en als groep zijn zij door de ogen van Dabiq altruïstische hoeders van het goede en beschermers tegen het ultieme kwaad. Broederschap tussen de strijders wordt opgehemeld door in woord en beeld te wijzen op hoe hecht deze ware broederschap is en hoezeer broeders er voor elkaar zijn en elkaar accepteren. Als zodanig biedt IS Westerse jongeren die op zoek zijn naar een positieve identiteit en acceptatie een aantrekkelijk alternatief tegenover de beleving (en boodschap in Dabiq) dat zij in het Westen als moslim nooit geaccepteerd zullen worden.

Als rode draad door Dabiq heen draagt IS neutralisatietechnieken aan die de stap naar het omarmen van geweld tegen westerse doelwitten faciliteren. Om met Stanley Cohen te spreken, bezigt IS zo een discours van ‘denial’. Om te beginnen ontkent IS de verantwoordelijkheid door het gevecht tegen onrecht als noodzakelijke vorm van zelfverdediging te presenteren, waarbij gewelddadige aanslagen een rechtvaardige reactie op westers onrecht zouden zijn. Daarnaast ontkent IS het slachtofferschap aan westerse kant door te stellen dat het Westen de strijd over zichzelf heeft afgeroepen. Een derde neutralisatietechniek die IS in Dabiq inzet is het beroep op hogere loyaliteiten door gewelddadige aanslagen in het westen als een religieuze plicht te presenteren.

 

Als rode draad door Dabiq heen draagt IS neutralisatietechnieken aan die de stap naar het omarmen van geweld tegen westerse doelwitten faciliteren. Om met Stanley Cohen te spreken, bezigt IS zo een discours van ‘denial’

 

De boodschap van ons artikel en deze blog is dat IS in Dabiq op vakkundige wijze inspeelt op frustraties en behoeften van Westerse moslims en de weg naar de gewelddadige strijd effent. Hoewel Dabiq al anderhalf jaar niet meer wordt uitgebracht en IS bijna geheel uit Syrië en Irak lijkt te zijn verdreven, is deze boodschap nog steeds relevant. De strijd heeft zich ook naar het Westen verplaatst zoals de aanslagen van 2017 bevestigen. Bovendien biedt kennis over hoe IS Westerse moslims via Dabiq tot de strijd probeerde te verleiden lessen voor hoe Westerse moslims mogelijk in de toekomst door andere extremistische groepen worden geronseld en hoe pogingen van Westerse mogendheden om extremistische groeperingen te stoppen averechts kunnen werken door het discours van ronselaars ongewild te versterken.

 

De boodschap van ons artikel en deze blog is dat IS in Dabiq op vakkundige wijze inspeelt op frustraties en behoeften van Westerse moslims en de weg naar de gewelddadige strijd effent. Hoewel Dabiq al anderhalf jaar niet meer wordt uitgebracht en IS bijna geheel uit Syrië en Irak lijkt te zijn verdreven, is deze boodschap nog steeds relevant.

 

Fiore Geelhoed

About the author: Fiore Geelhoed

Dr. mr. Fiore Geelhoed works at the Department of Criminology, Erasmus University Rotterdam as an Assistant Professor. She studied criminal law at the RuG and did a criminological master at the Universidad de Barcelona. She obtained her PhD at Erasmus University Rotterdam in 2012 and came back to the EUR in 2017 after having worked for 5 years at VU University Amsterdam.

Related Post

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked ( * ).

Your comment*

Your name*

Your email*

All rights reserved © 2016 |Developed by Mike Pieters | Administrator login | Contact | Sitemap