DutchFramingLanguageThemeViolence‘Riots of the Other’: het externaliseren van sociale problemen in het publieke discours

‘Riots of the Other’: het externaliseren van sociale problemen in het publieke discours

Abdessamad Bouabid

In de jaren zestig, zeventig en tachtig krijgt Nederland te maken met allerlei politieke protesten die zo nu en dan escaleren tot rellen met de politie, zoals de krakersrellen en blokkades van kernreactoren, kerntransporten en militaire basissen. Wanneer in de jaren negentig de actiebereidheid in Nederland afneemt en sociale bewegingen en andere linkse activisten de Nederlandse straten steeds meer verruilen voor een plek aan de vergadertafel of in de rechtszaal, verandert de dynamiek van rellen in Nederland. Er komen steeds meer rellen zonder een duidelijke gearticuleerde politieke component, die vooral plaatsvinden in stedelijke woonwijken die kampen met een accumulatie van sociale problemen. Hierdoor wordt het ook steeds onduidelijker wie de relschoppers nou precies zijn. In dit blog beschrijf ik hoe onze huidige ‘samenleving’ reageert op deze onduidelijkheid over de relschoppers en hun motieven. Dergelijke maatschappelijke reacties op rellen in Nederland heb ik recent uitgebreider beschreven in de European Journal of Criminology, zie hier.

Relschoppers of zondebokken?
In de hedendaagse rellen, denk aan de rellen in de Graafsewijk in Den Bosch (2000, 2005) en het Utrechtse Ondiep (2007), worden de motieven van de relschoppers niet meer duidelijk en expliciet geuit door de relschoppers. Dit maakt het niet of nauwelijks mogelijk voor de autoriteiten, politici, media, wetenschappers en het algemene publiek om vast te stellen wie de relschoppers nu precies zijn. Ondanks en juist door deze onduidelijkheid wordt in het publieke ‘discours’ (al het spreken en schrijven dat openbaar is) alsnog een duidelijk en simplistisch afgebakende groep mensen, meestal the usual suspects zoals criminele jeugdgroepen, voetbalhooligans en reltoeristen aangewezen als ‘schuldigen’. Hiermee worden zij als externe groep losgekoppeld van de ‘onschuldige’ wijkbewoners: het gevaar komt van ‘buiten’. Een nadere blik op de maatschappelijke reacties op de rellen in het Amsterdamse Slotervaart in 2007 levert ons enkele interessante bevindingen op die exemplarisch zijn voor hedendaagse maatschappelijke reacties op criminaliteit en sociaal-culturele veranderingen.

De rellen van Slotervaart (2007)
Als op zondag 14 oktober 2007 de 22-jarige schizofrene Amsterdammer Bilal B. twee agenten in een politiebureau op het August Allebéplein in Slotervaart met een mes te lijf gaat, wordt hij door één van de agenten doodgeschoten. Een dag later breken er in de avond rellen uit rondom het politiebureau en in de opvolgende twee weken worden in de nachtelijke uurtjes in totaal zo een twintig auto’s in brand gestoken. Ondanks dat er van de relschoppers en brandstichters nagenoeg niemand wordt gearresteerd en/of veroordeeld en de dadergroep dus zo goed als onbekend blijft, wordt in het publieke discours al snel gewezen naar een autonome en ´externe´ groep usual suspects: ‘Marokkaanse jongeren’. De rellen worden binnen dit discours gesymboliseerd als een nieuwe episode van ‘het Marokkanenprobleem’, waarin zowel Bilal B. als de relschoppers worden geconstrueerd als typische ‘Marokkaanse folk devils’. Dit gebeurt doordat zij in het spreken telkens zowel impliciet als expliciet worden gekoppeld aan de Marokkaanse etniciteit en cultuur en aan ‘typische Marokkanenproblemen’ zoals: overlast, criminaliteit, terrorisme en sociaaleconomische achterstanden.

Het is een Marokkanenprobleem, geen Nederlands probleem
Met deze koppeling met een andere etniciteit en cultuur lijkt ‘men’ zich in het discours te distantiëren van de rellen door een externe groep aan te wijzen als schuldige. Men ziet deze deviante en immorele gedragingen als autonome en externe problemen voor de samenleving, dus voortkomend uit de cultuur van ‘de Marokkaan’ als ‘de ander’, en niet omgekeerd, als voortkomend uit de gebruikelijke problemen van een samenleving. Hierdoor worden de onderliggende problemen van deze vermeende ‘vlekkeloze’ Nederlandse samenleving, zoals armoede, sociale uitsluiting en klassenverschillen, die sterk tot uiting komen in de achterstandswijken waar deze rellen plaatsvinden, door deze misplaatste focus naar de achtergrond geduwd. Young (2007) en Schinkel (2008) beschrijven deze misplaatste maatschappelijke reacties op sociale problemen (in casu de rellen) als een natuurlijke reactie of oplossing van een samenleving op ontologische onzekerheden (wie ben ik en wie zijn ‘wij’?) en toenemende diversiteit in de huidige laatmoderne samenleving. De meerderheidscultuur definieert zichzelf (‘wie zijn ‘wij’?) in dergelijke reacties door ‘de ander’ negatief te definiëren (dat zijn ‘wij’ niet). Met andere woorden, de rellen en andere sociaal deviante en immorele gedragingen zijn iets ‘Marokkaans’ en worden hiermee buiten de vermeende ‘normale, zuivere en gezonde’ Nederlandse samenleving en cultuur geplaatst.

 

de rellen en andere sociaal deviante en immorele gedragingen zijn iets ‘Marokkaans’ en worden hiermee buiten de vermeende ‘normale, zuivere en gezonde’ Nederlandse samenleving en cultuur geplaatst

 

Van multiculturalisme naar multiculturealisme
Deze distantiering van het probleem wordt verder gefaciliteerd en versterkt door het huidige multiculturealisme (zie Schinkel, 2008): een nieuwe manier van spreken in het Nederlandse publieke discours. Dit multiculturealisme vervangt de oude politieke correctheid van de multiculturele jaren zeventig en tachtig waarin een taboe stond op het koppelen van sociale problemen aan cultuur en etniciteit. In deze nieuwe manier van spreken, die zich kenmerkt door een populistische, chauvinistische en ‘realistische’ politieke incorrectheid, is deze koppeling met etniciteit en cultuur juist de norm en is een ontkenning hiervan juist taboe. In de Slotervaartcasus uit dit zich in claims dat de problemen met ‘Marokkaanse jongeren’ nog steeds ontkend of gebagatelliseerd worden en dat met deze groep mensen veel te lang ‘thee gedronken’ en ‘geknuffeld’ is.

Naar een nieuwe empathische correctheid
Dit koppelen van etniciteit of cultuur aan sociale problemen (culturisme; zie Schinkel, 2008) kent mijns inziens echter twee grote problemen waar ik in mijn artikel in de European Journal of Criminology niet op in ben gegaan. Het eerste probleem is dat de koppeling feitelijk onjuist is; een causaal verband tussen etniciteit/cultuur en criminaliteit is namelijk nooit wetenschappelijk bewezen (zie onder andere Bovenkerk, 2014). De vraag die vaak op deze claim volgt is waarom ‘Marokkanen’ dan oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitsstatistieken. Een mogelijke verklaring hiervoor is simpel en wel wetenschappelijk bewezen. De oververtegenwoordiging wordt namelijk veroorzaakt door een schijnverband: Marokkaanse Nederlanders zijn oververtegenwoordigd in groepen met een hoge blootstelling aan criminogene factoren, zoals bijvoorbeeld een lage sociaaleconomische status of het wonen in achterstandswijken. Hiervan uitgaande is het de vraag of het dan nog wel zin heeft om te spreken van ‘Marokkaanse’ overlastplegers, criminelen en probleemjongeren. Door de misplaatste focus worden de onderliggende problemen namelijk niet of nauwelijks geadresseerd. Sterker nog, er ontstaat zelfs een tweede probleem: de reeds bestaande zorgwekkende stigmatisering en sociale uitsluiting van etnische groepen wordt alleen maar verder gevoed. Het is daarom ook tijd om zowel de oude politieke correctheid als de nieuwe politieke incorrectheid te laten varen en te komen tot een nieuwe empathische correctheid in het spreken. Hierin moeten we enerzijds stoppen met het etniseren van sociale problemen en de stigmatisering en sociale ongelijkheid erkennen en adresseren die de Nederlander met een recente migratieachtergrond ervaart en anderzijds het ‘autochtoon onbehagen’ op een niet-stigmatiserende manier uiten en serieus nemen.

 

Het is daarom ook tijd om zowel de oude politieke correctheid als de nieuwe politieke incorrectheid te laten varen en te komen tot een nieuwe empathische correctheid in het spreken

About the author: Abdessamad Bouabid

Abdessamad Bouabid holds a Masters of Science degree in Criminology from the Erasmus University of Rotterdam. Previously, he worked as a Researcher/Advisor at the COT Institute for Safety, Security and Crisis Management. Currently, he is a last year PhD Candidate at the department of Criminology of the Erasmus School of Law, Erasmus University of Rotterdam. He mainly teaches courses related to qualitative research skills. His research interests are the negative societal reactions to social deviants and the effects of such labelling processes on these socially constructed deviant groups.

Related Post

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked ( * ).

Your comment*

Your name*

Your email*

All rights reserved © 2016 |Developed by Mike Pieters | Administrator login | Contact | Sitemap