CybercrimeDutchFraudLanguageThemeDrieluik studentenblogs: ‘Ze beloven je koeien met gouden hoornen, waar je geen ene mallemoer van krijgt.’ De digitale veiligheidsbeleving na het ervaren van voorschotfraude

Drieluik studentenblogs: ‘Ze beloven je koeien met gouden hoornen, waar je geen ene mallemoer van krijgt.’ De digitale veiligheidsbeleving na het ervaren van voorschotfraude

In deze drieluik presenteren studenten hun onderzoek middels een blog, die zij hebben geschreven voor het blok Criminaliteit en Samenleving van de opleiding Criminologie.  Deel twee door Jill Stigter.

 

Jill Stigter

 

Uit het rapport van het Internet Crime Complaint Center (IC3) van 2016 blijkt dat e-mailoplichting verantwoordelijk is voor het grootste gedeelte van de gerapporteerde financiële schade in de Verenigde Staten (FBI, 2016). In Nederland stond in 2015 voorschotfraude op de eerste plaats van meest gerapporteerde fraude (Fraudehelpdesk, 2016). Bij deze vorm van internetfraude wordt per e-mail een hoog geldbedrag beloofd, maar om dit te verkrijgen moeten kleine bedragen aan ‘administratie-’ of ‘transactiekosten’ worden overgemaakt (Domenie et al., 2013). De fraudeurs doen zich bijvoorbeeld voor als iemand met een hoge positie in een bedrijf en maken gebruik van een vooropgezet script in de e-mails. Doorgaans wordt daarbij een onderwerp gebruikt dat verleiding opwekt, zoals een loterij of erfenis (Holt & Graves, 2007).

Iedereen met een e-mailadres is een potentieel doelwit van voorschotfraude (Leukfeldt, 2014; Jansen & Leukfeldt, 2016). Ouderen hebben wel een grotere kans om slachtoffer te worden, als het gevolg van naïviteit en onwetendheid. Zij geven bijvoorbeeld sneller persoonlijke informatie vrij of raken sneller ‘bevriend’ met onbekenden (Ross & Smith, 2011; White et al., 2017). Voorschotfraude kan een grote financiële en tevens een grote emotionele impact hebben op het slachtoffer. De dader bouwt namelijk een relatie op met het slachtoffer en maakt gebruik van diens zwakheden. Dit kan als gevolg hebben dat slachtoffers naderhand anderen niet meer vertrouwen of hun slachtofferschap ontkennen (Whitty & Buchanan, 2016).

In dit onderzoek is een koppel van boven de 70 geïnterviewd dat slachtoffer is geworden van voorschotfraude. Door middel van deze interviews is nagegaan wat zij hebben beleefd, hoe zij dit verklaren en hoe hun digitale veiligheidsbeleving is veranderd na hun slachtofferschap. De slachtoffers, Mark en Els (niet de echte namen), zijn tussen oktober 2016 en maart 2017 twee keer slachtoffer geworden van voorschotfraude. De eerste keer werd contact gezocht door een zogenaamd commissaris bij Interpol die beweerde Mark te kunnen helpen met het beter beheren van zijn geld en met het maken van investeringen. Het contact stopte toen Mark weigerde meer transactiekosten te betalen, waardoor het beloofde geld niet werd vrijgegeven. De tweede keer heeft Mark gereageerd op een e-mail die beweerde dat hij de erfgenaam was van een overleden vrouw die hij zou hebben ontmoet op zijn zakenreizen naar Afrika. Zij zou hem 9,9 miljoen euro hebben nagelaten. Hier werd zogenaamd onder naam van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gehandeld. Door het gebruik van deze instantie wekten de fraudeurs vertrouwen op bij de slachtoffers. In totaal zijn Mark en Els 10.000 euro verloren, voornamelijk aan transactiekosten. Na de tweede keer hebben Mark en Els hun e-mailadres en telefoonnummer veranderd en zo het contact verbroken met de fraudeurs.

 

Door het gebruik van de naam Internationaal Monetair Fonds wekten de fraudeurs vertrouwen op bij de slachtoffers

 

Els: “[Om het geld te krijgen] moest [Mark] eerst transactiekosten betalen, dan had de secretaresse weer een fout gemaakt; het was geen 600 euro, maar 800 euro. En zo ging het maar door.”

 

Uit de interviews blijkt dat Mark en Els van mening zijn dat leeftijd niet meespeelde in hun slachtofferschap. Mark beschreef wel gedragingen zoals het ‘bevrienden’ van onbekenden en makkelijk reageren op verdachte e-mails, die volgens de literatuur gerelateerd kunnen zijn aan leeftijd (White et al., 2017).  Volgens Els heeft geld een grote rol gespeeld in hun slachtofferschap, het was voor Mark de drijfveer om door te gaan in het e-mailcontact.

 

Els: “Ik denk dat mijn man het geld aantrekkelijk vond. Hij heeft het gedaan voor mij om als iets met hem zou gebeuren, ik dan bemiddeld achterbleef. En daar ben ik heel boos om geworden, ik heb nóóit om dat geld gevraagd, ik was tevreden met hetgeen wat ik had en dat ben ik nog.”

 

Waar Els zich bewust was van wat haar en Mark is overkomen, was Mark zich daar minder bewust van. Tijdens en achteraf aan het interview werd duidelijk dat Mark nog steeds onder de illusie was dat het geld van de erfenis daadwerkelijk bestond. Hij werd zich wel bewust dat hij werd opgelicht op het punt dat een zogenaamde bank in België het geld confisqueerde. Maar hij gelooft nog wel dat het geld ergens vaststaat.

 

Mark: “En die [man bij de Belgische bank] zei: ‘Ja, u kunt het op uw account krijgen, maar wij rekenen 1% van het totale bedrag voor de handelingen die wij moeten verrichten en dat moet u eerst betalen.’ Ik zeg: ‘Nou, dat doe ik niet, ik kan dat niet betalen. Dus dan moet je wachten tot het op mijn rekening staat’. Dat wilden ze dus niet en zo is het doodgebloed […] Maar dat geld is dus geconfisqueerd door die man en zit dus vast in België.”

 

Doordat Mark zich onbewust was dat hij niet alleen in België werd opgelicht, maar dat ook de erfenis onderdeel daarvan was, ervaarde hij geen veranderde onveiligheidsgevoelens na zijn slachtofferschap. Hij heeft zich na de eerste keer niet extra beschermd tegen een volgende poging, hierdoor bleef het risico op (herhaald) slachtofferschap hoog. Mark ging dan ook een tweede keer in op een e-mail.

Bij Els kan daarentegen wel een verandering in veiligheidsgevoelens worden waargenomen. Na de eerste keer was ze argwanender toen Mark met het nieuws kwam dat iemand ze een erfenis had nagelaten, maar dit werd verminderd doordat het IMF werd genoemd. Na de tweede keer voelde Els zich wijzer, alerter en veiliger bij het gebruik van internet.

 

Na de tweede keer voelde Els zich wijzer, alerter en veiliger bij het gebruik van internet

 

Mogelijk ligt dit verschil tussen Els en Mark aan het feit dat Els niet direct met de fraudeurs in contact kwam, maar wel akkoord moest geven voor het overmaken van de bedragen. Ze heeft daardoor geen vertrouwensband opgebouwd met de dader en kon de situatie van een afstand bekijken. Zij denkt dat ze daardoor de juiste stappen zal ondernemen om te voorkomen dat dit niet nog een keer gebeurt.

Deze interviews geven aan dat het interessant is voor toekomstig onderzoek om dieper in te gaan op de oorzaken en gevolgen van veranderde veiligheidsgevoelens en herhaald slachtofferschap bij voorschotfraude. Ook is onderzoek binnen verschillende leeftijdscategorieën een optie. Hierdoor kunnen verschillen en overeenkomsten in digitale veiligheidsbeleving worden geanalyseerd.

 

About the author: EditorialTeam

Related Post

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked ( * ).

Your comment*

Your name*

Your email*

All rights reserved © 2016 |Developed by Mike Pieters | Administrator login | Contact | Sitemap