BurglingDutchDrieluik studentenblogs: Welke afweging(en) maakt een gemotiveerde woninginbreker om een woninginbraak te plegen?

Drieluik studentenblogs: Welke afweging(en) maakt een gemotiveerde woninginbreker om een woninginbraak te plegen?

Deze zomer presenteren drie studenten hun onderzoek middels een blog. Deze blog is een bewerking van de blog die zij hebben geschreven voor het blok Criminaliteit en Samenleving van de Bacheloropleiding Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dit is deel 1, door: Rob Tappel

In 2015 werd bij gemiddeld 1 op de 110 huishoudens in Nederland ingebroken (Centraal Bureau Statistiek, 2016). Als de reden bekend is waarom het aantal inbraken verschilt, kunnen er geschikte preventie- en beleidsmaatregelen worden getroffen. Eerder onderzoek naar het verklaren van inbraken gaat in op kenmerken van woningen, surveilleren en andere factoren vanaf de kant van het slachtoffer (DSP groep, 2004; Peeters et al., 2012; Van Reemst et al., 2013). In deze blog gaan we in op de afwegingen die een inbreker kan maken om in te breken.

De afwegingen van de inbreker komen aan bod in verschillende Criminologische theorieën: de rationele keuzetheorie, de afstandverval- en de gelegenheidstheorie. De rationele keuzetheorie suggereert dat een inbreker een kosten- en batenanalyse maakt en op basis daarvan inbreekt (Beyens, 2007). Volgens de afstandvervaltheorie neemt de frequentie van woningbraken af met de afstand tot de woonbuurt van de dader. Tot slot moet er volgens de gelegenheidstheorie een geschikte balans zijn tussen de gemotiveerde dader (met een voorkeur tot woninginbraak en ook de vaardigheid heeft deze te realiseren), geschikt doelwit en een onbekwame bewaking wil een woninginbreker inbreken (Bernasco & Nieuwbeerta, 2005).

In dit onderzoek wordt onderzocht welke afwegingen een gemotiveerde inbreker maakt om een woningbraak te plegen. De respondent voor dit onderzoek was een meervoudig ex-inbreker, vanaf nu genoemd Kees. Kees is 22 jaar, van Nederlandse afkomst en wonend in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Er werd een semigestructureerd interview uitgevoerd, met behulp van een topiclijst. Door een vriendschap bestond er reeds vertrouwen tussen de interviewer en de respondent. Daarnaast is het interview in Kees zijn huis afgenomen, zodat hij zich op zijn gemak voelde en openlijk durfde te praten.

Uit het interview kwam naar voren dat Kees zich op zijn gemak wil voelen tijdens het voorbereiden en het plegen van een inbraak. Dit is niet het geval als hij inbreekt bij een bejaard persoon of als er iemand thuis is. Kees gaat niet op zoek naar inbraakgeschikte huizen, hij komt toevallig inbraakgeschikte huizen tegen in zijn alledaagse bezigheden.

Kees wil zich op zijn gemak voelen tijdens het voorbereiden en het plegen van een inbraak

“Ik pleeg vooral inbraken in mijn eigen buurt, want daar ken ik de ontsnappingsmogelijkheden en de huizen. Als ik dan een onbewoond huis heb gevonden, dan ga ik nog een paar keer bij dat huis langs om te kijken of de mensen weg zijn. Meestal is dat in de Utrechtse Heuvelrug tussen 9 en 4, want iedereen werkt hier zo wat. (…) Als ze op vakantie zijn is het ideaalst, dan kan ik juist mijn gang gaan.”

Op de vraag wat voor Kees het belangrijkst is qua afwegingen om in te breken antwoordde hij: ‘’Als je weet dat er iemand thuis is of als ze een hond hebben, ga ik niet naar binnen. (…) Als er niemand thuis is staan er vaak geen auto’s op de oprit, zit de brievenbus vol en doet er niemand open als je aanbelt.’’ Kees gebuikt naast bovengenoemde factoren ook andere factoren om te beoordelen of iemand thuis is. Namelijk, als de gordijnen overdag openstaan, als er in de avond geen licht aan is in de winter of als in een hete zomer dagenlang alle ramen dicht zijn. Als hij nog niet zeker is van de aanwezigheid van bewoners, dan komt hij een volgende dag op hetzelfde tijdstip terug en oordeelt opnieuw of belt hij aan met een smoes. Ook kijkt Kees of er sporen van een alarminstallatie te vinden zijn, zoals een alarmsticker.

Goede vluchtmogelijkheden, geschikt doelwit en zichtbare sociale buurtcohesie zijn van relatief klein belang. Kees breekt namelijk vaak vanaf de achterkant van het huis in, wat vaak niet zichtbaar is voor buren, waardoor oplettendheid van buren een minder relevante afweging is. De potentiële buit kan je volgens hem nooit goed inschatten. Daarnaast acht Kees de pakkans klein en zorgen preventiemiddelen, behalve een alarm, niet voor remming. Kees werkt een stappenplan af waarbij hij niet inbreekt bij een bejaardenwoning, als er iemand thuis is, als er een hond is en/of als er een alarmsticker aanwezig is. Als Kees niet zeker weet of er iemand thuis is op een bepaald tijdstip controleert hij dat door één of meerdere van bovengenoemde trucjes. De factor buit en vluchtmogelijkheden spelen geen doorslaggevende rol.

Uit het interview blijkt dus dat de respondent werkt met een stappenplan en de factoren rationeel afweegt, wat wordt teruggezien in de rationele keuzetheorie. Kees hecht namelijk veel waarde aan de aanwezigheid van bewoners, de leeftijd van de bewoners en het hebben van een hond. Als hij niet zeker is van zijn bevindingen controleert hij dat, zodat hij een rationele keuze kan maken. Echter schat Kees de potentiële buit en vluchtmogelijkheden van kleine waarde, want volgens Kees kun je vanaf de buitenkant slecht zien, wat voor buit aanwezig is. Aan deze factor van de gelegenheidstheorie, of het een geschikt doelwit is, is dus iets waar Kees beperkt waarde aan hecht, maar hij is wel een gemotiveerde dader en hij breekt in als er geen bekwame bewaking is, zoals een alarm, hond of bewoner. De gelegenheidstheorie lijkt dus deels op Kees van toepassing. Kees breekt in bij huizen die hij opmerkt bij alledaagse bezigheden of zijn eigen buurt. Dit komt overeen met de afstandvervaltheorie, welke suggereert dat inbrekers dichtbij huis inbreken. Vervolgonderzoek zou kunnen aantonen hoe bijvoorbeeld buurtsamenwerking of technologische ontwikkelingen kunnen worden bevorderd om factoren te verminderen die afwezigheid van bewoners aantonen, en of deze daadwerkelijk effect hebben op het reduceren van de kans op inbraak.

Het blijkt dus dat de respondent werkt met een stappenplan en de factoren rationeel afweegt

Meer informatie over dit onderzoek is te verkrijgen bij de auteur. Omwille van de leesbaarheid zijn de citaten enigszins bewerkt, met behoud van de originele strekking.

About the author: Gabry Vanderveen

Assistant professor of Criminology at the Department of Criminology, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam

Related Post

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked ( * ).

Your comment*

Your name*

Your email*

All rights reserved © 2016 |Developed by Mike Pieters | Administrator login | Contact | Sitemap